La Pasquala
Celler Pallarades
Druiven: 100% Garrut (Monastrell)
Rijping: Vergisting en opvoeding in amforen van gebakken klei; na een zachte extractie van de schillen rijpt de wijn op de "moeders" (lie), voor een zijdezachte, volle textuur en verfijnde tannines. Geen eikenhout. 12% alcohol.
Regio: D.O. Tarragona
Beschikbaarheid: Nieuw in het assortiment van Camino del Vino. Direct beschikbaar.
~ . ~
In 't kort – La Pasquala
Stijl
Droge, in amfora vergiste rode wijn van Garrut (Monastrell): een levendige, diep gekleurde wijn die rijp fruit, frisse zuren en fluwelige tannines samenbrengt. Modern in zijn drinkbaarheid, met een duidelijke knipoog naar de oudste mediterrane manier van wijnmaken.
Smaak
Kersenrood met violette tonen. Intens geurend, met veel rijpe zwarte kers en braam, opvallend geparfumeerde florale tonen richting viooltjes en bloemblaadjes, en een vleugje mediterrane kruiden. In de mond breed, soepel en fris, met goed ingebedde zuren, zeer gepolijste rijpe tannines en een lange, sappige afdronk.
Ideale gelegenheid
Een uitgesproken gastronomische rode: bij gegrilde lamskoteletten, geroosterd rood vlees, stoofgerechten met mediterrane kruiden, rijke groentegerechten met paddenstoelen of aubergine, en bij halfharde kazen. Even goed als glas voor wie wil proeven hoe traditionele Garrut, moderne amforavinificatie en het karakter van de Gaià-vallei samenkomen. Schenk hem rond 15 tot 16 °C.
~ . ~
Uitgebreide informatie
Garrut is geen druif die u vaak op een etiket zult tegenkomen, en dat is precies de reden dat deze fles bestaat. Garrut is de oude Tarragoonse en Valenciaanse naam voor Monastrell – de druif die de wereld intussen kent als Mourvèdre. In Catalonië is hij bijna verdwenen: waar het ras ooit de streek domineerde, stond er in 2017 nog maar 108 hectare van overeind. Josep Armengol kwam hem tegen in de gesprekken met zijn grootvader Siscu en in oude documenten over de wijngaarden hier, waaruit blijkt dat Garrut vooral ná de druifluis een van de belangrijkste blauwe rassen van de streek was. Terughalen wat hier ooit thuishoorde: dat is bij deze bodega geen marketing, maar de kern van het project.
De druif heeft een lange stamboom. De eerste vermelding in Catalonië staat in Lo Crestià, het werk dat de franciscaan Francesc Eiximenis rond 1381 schreef; hij plaatste de monestrell in het Empordà en leidde de naam af van het volkslatijnse monesteriellu, "kloostertje" – een verwijzing naar de monniken die het ras verspreidden. Het is bovendien een uitgesproken laatrijper: hij loopt pas begin april uit en wordt geoogst in de tweede helft van oktober, als de rest van de streek allang binnen is. Dikke schillen, veel tannine, hoge suikers – in warme streken levert dat vaak zware wijnen op van vijftien procent en meer.
Precies daarom is deze La Pasquala zo bijzonder. Hij komt uit op 12% alcohol. Dat is geen toeval, maar het gevolg van waar de stokken staan en hoe er wordt gewerkt: de wijngaarden liggen rond Puigdelfí in de vallei van de Gaià, op kalkrijke bodem, met de Middellandse Zee op nauwelijks tien kilometer en een vrijwel permanente wind. Armengol noemt zelf de frisheid en de lichte ziltigheid die deze hoek aan zijn wijnen meegeeft. Een tanninerijke laatrijper in een koel, winderig dal: dat is de combinatie die van een potentieel logge druif een beweeglijke, gastronomische wijn maakt.
In de kelder gaat het vervolgens bewust zacht. Na een zorgvuldige selectie van de trossen volgt een milde extractie van de schillen – genoeg voor kleur en geur, niet zoveel dat de tannines gaan schuren. De gisting gebeurt in amforen van gebakken klei, en juist daaraan dankt de wijn zijn zijdeachtigheid; daarna blijft hij liggen op zijn eigen lie voor die volle, licht romige textuur. Klei ademt een beetje, zoals een houten vat, maar geeft geen enkel aroma af: wat u ruikt komt uit de druif en van de plek, niet uit een vat. Geen filtratie die het karakter wegpoetst, geen eikenhout dat het overstemt.
Die amfora is inmiddels de handtekening van dit huis. Ook Macabelius, de ingekookte most naar Romeins recept, gist erin – een idee dat ontstond in gesprekken tussen Josep en oenoloog Sergi Montalà over hoe de Romeinen hier wijn maakten. Voor Tarragona is dat geen vergezochte verwijzing: vanaf de eerste eeuw vertrokken uit de haven van Tarraco schepen vol amforen richting Rome, Gallië en Britannia. Tweeduizend jaar later staat diezelfde vorm weer in een kelder uit 1908, een kwartier landinwaarts.
Aan tafel is La Pasquala verrassend meegaand. Hij is op zijn best bij gegrilde lamskoteletten en geroosterd rood vlees, bij een stoofpot met tijm en rozemarijn, bij paddenstoelen, gevulde aubergine of een stevig groentegerecht, en bij halfharde kaas. In Catalonië zou hij zonder aarzelen bij de calçotada op tafel komen. Schenk hem niet te warm – rond 15 tot 16 °C – en geef hem een kwartiertje in de karaf; het bloemige, bijna viooltjesachtige parfum komt dan pas echt los.