Wie de wijnen van deze streek wil begrijpen, moet er eten.
De keuken van het Camp de Tarragona is een gesprek tussen zee en land, en dat
gesprek heeft één centrale stem: romesco.
Romesco is ontstaan in El Serrallo, de vissersbuurt van
Tarragona. Belangrijk detail dat veel mensen niet weten: romesco is daar niet
in de eerste plaats een saus, maar een gerecht – een vissersstoofpot, gebonden
met een picada van geroosterde nyora-paprika, amandelen, hazelnoten, gebakken
brood en knoflook. De cassola de romesco geldt tot vandaag als hét gerecht van
de stad. Daarnaast is er de koude sausvariant, met familieleden als salvitxada,
de saus voor de calçotada, en de saus voor de xató.
Van november tot april draait de streek om de calçotada.
Calçots zijn lange, zoete jonge uien die boven vlammen van wijnranken
zwartgeblakerd worden geroosterd, op dakpannen naar tafel komen, met de hand
worden gepeld en in de saus worden gedompeld. Het begon in de negentiende eeuw
in Valls, dat vandaag een eigen beschermde aanduiding heeft en elk jaar de Gran
Festa de la Calçotada viert. Na de calçots volgen vlees van de grill,
botifarra, lamsribbetjes, pa amb tomàquet en witte bonen – en veel wijn.