In het dorpje Puigdelfí (~ Berg Delfi): een verwijzing naar de verbinding van deze streek met andere mediterrane landen) een tiental kilometers landinwaarts van de stad Tarragona, staat een bodega met een jaartal in de muur: Cal Pallarades, gebouwd in 1908. Daar maakte de overgrootvader van de huidige eigenaar wijn, zoals iedereen dat toen deed. Na zijn overleden werd het stil. De bodega bleef staan, de wijngaarden bleven bestaan, maar de druiven verdwenen jarenlang in andermans vaten.
Tot Josep Armengol, kleinzoon van de oorspronkelijke oprichter en landbouwingenieur van opleiding, besloot dat nostalgie alleen niet genoeg is. Hij knapte de oude bodega op, paste hem aan de eisen van vandaag aan en maakte vanaf 2020 zijn eigen wijnen samen met zijn vriend en wijnmaker Sergí. Zijn eigen omschrijving van wat hij doet, is misschien de mooiste die er is: wijnen met traditie, maar weinig traditioneel.
Dat merk je aan alles. De wijngaarden staan op de kalkrijke bodems van het Camp de Tarragona, met de Middellandse Zee als koelende buurman op nauwelijks tien kilometer afstand. Er wordt met de hand geoogst, in kistjes van twaalf kilo, omdat het karakter van een wijn volgens Josep in de wijngaard wordt bepaald en niet in de kelder. En dan begint het spelen: gisting op de schillen voor zijn witte brisat, gisting op Frans eikenhout voor zijn Macabeu, amforen van klei voor zijn rode La Pasquala, en zelfs een ancestral-mousserende van rode druiven.
Een van de mooiste dingen die hij doet, is druiven redden waar zijn voorouders nog over spraken maar die vrijwel verdwenen waren – zoals de Xarel·lo Vermell, de roze mutatie van Xarel·lo, die hij onder de naam Senyor Cartoixà Vermell weer op de kaart zet.