7 onbekende Spaanse wijnstijlen om te proeven

7 onbekende Spaanse wijnstijlen om te proeven

Spanje is meer dan tempranillo uit Rioja, krachtige priorat en zonnige rosado. Juist buiten die vertrouwde ankerpunten wachten onbekende Spaanse wijnstijlen die iets vertellen over de enorme geografische rijkdom van het land: koele Atlantische wind, granieten hellingen, hooggelegen wijngaarden en oude stokken die bijna vergeten druiven dragen. Het zijn wijnen voor wie niet alleen een fles zoekt, maar ook een plek wil proeven.

De verrassing zit vaak niet in een exotische naam, maar in het contrast met wat we denken te kennen. Spaans rood kan lichtvoetig en ziltig zijn. Een witte wijn kan tegelijk strak, kruidig en gastronomisch aanvoelen. En een druif die in het ene dal uitbundig rijpt, krijgt op een berghelling ineens een bijna nerveuze frisheid. Hieronder staan zeven stijlen die een plek verdienen aan tafel - niet als curiositeit, maar als serieuze wijnkeuze.

Onbekende Spaanse wijnstijlen met een eigen landschap

1. Mencía uit het groene noordwesten

Mencía wordt vaak genoemd als het elegante antwoord op Spanje’s reputatie van zware rode wijn. In Bierzo, in het binnenland van Castilla y León, en in Ribeira Sacra in Galicië groeit deze blauwe druif op hellingen waar hoogte, leisteen en een relatief koel klimaat het ritme bepalen.

Verwacht geen zoete, logge krachtpatser, maar rood fruit, viooltjes, soms een rokerige toets en een frisse lijn die de wijn levendig houdt. Ribeira Sacra kan daarbij een opvallend mineraal, haast zilt karakter hebben. Bierzo is vaak iets ronder en voller, al hangt veel af van de hoogte van de wijngaard en de keuze van de producent.

Mencía is een prachtige tafelwijn bij gegrilde paddenstoelen, eend, charcuterie of tonijn van de grill. Serveer hem licht gekoeld, rond 14 tot 16 graden. Dat laatste detail maakt een groter verschil dan veel mensen verwachten.

2. Godello, wit met spanning en diepte

Wie albariño kent, kent de frisse, aromatische kant van noordwestelijk Spanje. Godello laat een andere stem horen. Deze witte druif uit onder meer Valdeorras en Bierzo heeft rijp geel fruit en bloemen, maar vooral ook structuur. Goede godello voelt niet vluchtig: hij heeft grip, soms een zachte romigheid en voldoende zuren om gastronomisch te blijven.

De stijl varieert sterk. Een producent die vroeg oogst en op roestvrij staal werkt, maakt een heldere wijn met citrus en steenfruit. Wie met oude stokken werkt of de wijn tijd op de fijne gistcellen laat rusten, kan een gelaagder glas krijgen met venkel, amandel en een subtiele rokerigheid. Hout kan mooi passen, maar vraagt precisie. Te veel nieuw eiken maakt de herkomst snel onhoorbaar.

Schenk godello bij gebakken schol, kip met citroen en kruiden, romige rijstgerechten of een stukje manchego dat niet te oud is. Het is een witte wijn voor wie frisheid zoekt, maar niet wil inleveren op diepgang.

3. Garnacha van grote hoogte

Garnacha kent iedereen als druif van warmte, rijpe aardbei en royale alcohol. Maar zet dezelfde druif op hoogte in Sierra de Gredos, ten westen van Madrid, en het verhaal verandert. Granietbodems, oude bush vines en koele nachten geven hier garnacha met bloemigheid, peper, rood fruit en een opvallend lichte tred.

Deze wijnen worden soms vergeleken met pinot noir, maar dat is vooral een handig vertrekpunt. Goede garnacha uit Gredos heeft zijn eigen Spaanse accent: iets zonnigs in het fruit, een kruidige garrigue-toets en vaak een fijne, steenachtige spanning. De beste exemplaren zijn niet zwaar, maar ook niet dun. Ze vragen aandacht omdat kracht hier plaatsmaakt voor precisie.

Dit is de fles voor lamskoteletjes met rozemarijn, geroosterde biet, kwartel of een tapasavond die verder gaat dan alleen ham en olijven. Geef de wijn een ruim glas en serveer hem niet te warm.

4. Treixadura uit Ribeiro

Ribeiro ligt in Galicië, niet ver van de Atlantische invloed die ook Rías Baixas vormgeeft. Toch is de witte wijn hier doorgaans minder uitgesproken maritiem dan albariño. Treixadura speelt vaak de hoofdrol, soms aangevuld met lokale rassen als loureira, torrontés of godello. Samen leveren ze geurige, verfijnde wijnen op met perzik, citrus, witte bloemen en een zachte kruidigheid.

Wat treixadura bijzonder maakt, is zijn evenwicht. De wijn heeft meestal meer rondeur dan een zeer strak gemaakte albariño, zonder zijn frisheid te verliezen. Daardoor past hij uitstekend bij de keuken. Denk aan schelp- en schaaldieren, maar ook aan tortilla met aardappel en ui, gegrilde groenten of zachte kazen.

Wie een heel strakke, zilte witte wijn verwacht, kan verrast zijn. Treixadura is eerder een gesprek aan tafel dan een snelle eerste indruk: bescheiden bij de eerste slok, steeds interessanter naarmate het glas warmer wordt.

5. Bobal met frisheid uit Utiel-Requena

Bobal is lang geassocieerd met volume en donkere, stevige rode wijn uit het binnenland achter Valencia. Die geschiedenis bestaat nog steeds, maar een nieuwe generatie familiebodega’s laat zien hoeveel verfijning oude bobalstokken kunnen geven. Vooral op hoger gelegen percelen, waar de nachten afkoelen, behoudt de druif een fraaie natuurlijke frisheid.

In het glas is bobal vaak donkerder dan garnacha of mencía: braam, zure kers, viooltjes, zwarte peper en soms een aardse, ijzerachtige toets. De tannine kan voelbaar zijn, maar hoeft niet hard te worden wanneer de druiven zorgvuldig worden geoogst en de extractie beheerst blijft. Betonnen cuves en grote, gebruikte vaten passen vaak beter bij deze stijl dan een flinke dosis nieuw hout.

Bobal vraagt om eten met smaak. Probeer hem bij stoofvlees met olijven, geroosterde paprika, aubergine van de grill of rijpe schapenkaas. Het is een overtuigend alternatief voor wie tempranillo graag drinkt, maar verlangt naar meer spanning en minder voorspelbaarheid.

6. Listán Negro van vulkanisch Tenerife

Op de Canarische Eilanden groeien druiven in omstandigheden die nergens anders in Spanje voorkomen. Op Tenerife staan stokken van listán negro soms op zwarte vulkanische as, in kleine kuilen die bescherming bieden tegen de wind. De druif levert rode wijnen op met sappig rood fruit, kruiden, rook en een opvallende ziltigheid.

Listán negro kan licht en dorstlessend zijn, maar ook serieuzer en aardser, afhankelijk van hoogte, bodem en vinificatie. Dat maakt het geen wijn voor wie één vaste smaakverwachting wil afvinken. Juist de verschillen tussen kust en berg, tussen jonge en zeer oude stokken, geven deze stijl zijn charme.

Serveer hem bij gegrilde vis, tonijn met peperkorst, chorizo of gerechten met gerookt paprikapoeder. De combinatie van fruit en vulkanische spanning is bijzonder goed in staat om zowel vlees als vis te begeleiden.

7. Palo cortado, de stille kracht van Jerez

Wie sherry alleen kent als zoet borrelglas bij oma, mist een van Spanje’s meest fascinerende wijnwerelden. Palo cortado is een zeldzame, droge stijl uit Jerez die de geurige elegantie van amontillado combineert met de diepere, bredere smaak van oloroso. Hij ontstaat niet volgens een strak recept, maar uit een bijzondere ontwikkeling in de kelder.

In de geur komen vaak sinaasappelschil, hazelnoot, gedroogde kruiden en houtpolish naar voren. In de mond is de wijn droog, intens en lang, met een hartige kracht die om kleine slokken vraagt. Het alcoholpercentage ligt doorgaans hoger dan bij tafelwijn, dus dit is geen fles die gedachteloos leeggaat. Maar met het juiste gerecht is hij onvergetelijk.

Palo cortado schittert bij oude kaas, paddenstoelen, consommé, geroosterde noten en ibérico. Serveer hem gekoeld, maar niet ijskoud: rond 12 tot 14 graden komt zijn gelaagdheid het best naar voren.

Zo kiest u een stijl die bij uw smaak past

Begin niet bij de vraag welke regio beroemd is, maar bij het soort glas waar u zin in heeft. Zoekt u rood met frisheid, kijk dan naar mencía, hooggelegen garnacha of listán negro. Wilt u wit met meer textuur dan een alledaagse frisse wijn, dan zijn godello en treixadura logische keuzes. Mag het donkerder en steviger, maar wel met een regionale eigenheid, dan biedt bobal veel karakter. Palo cortado staat op zichzelf: geen vervanger voor rood of wit, maar een wijnmoment met een eigen tempo.

Ook het seizoen speelt mee, al hoeft het u niet te beperken. Mencía en listán negro zijn heerlijk wanneer rood lichter mag aanvoelen, terwijl godello zelfs op een koele avond overtuigt bij een romig gerecht. De ziel van Spaanse wijn zit juist in die veelzijdigheid: niet één zonovergoten stijl, maar talloze landschappen die elk hun eigen stem hebben.

Wie een nieuwe fles kiest, hoeft niet alle druivenrassen te onthouden. Kies één stijl die u nieuwsgierig maakt, zet er een gerecht naast dat ruimte laat voor de wijn en neem de tijd voor het tweede glas. Daar begint vaak de mooiste reis door Spanje.