Wie voor het eerst een glas Mencía inschenkt, verwacht vaak een volle, warme Spaanse rode wijn. In plaats daarvan verschijnen er geuren van viooltjes, kersen, bosbes en soms een kruidige, aardse toets in het glas. Juist dat verrassende karakter maakt Mencía wijn voor beginners zo aantrekkelijk: deze druif laat een andere, koelere en verfijndere kant van Spanje zien.
Mencía is geen wijn om met grote woorden ingewikkeld te maken. Zie hem als de rode draad tussen sappig fruit, frisse spanning en de plek waar de druiven groeien. Een jonge, fruitgedreven fles kan heerlijk toegankelijk zijn, terwijl een wijn van oude stokken en steile hellingen opvallend gelaagd en serieus kan worden. De kunst is niet om meteen alles te herkennen, maar om te ontdekken welke stijl bij uw tafel en smaak past.
Wat is Mencía precies?
Mencía is een blauw druivenras dat vooral thuishoort in het noordwesten van Spanje. Daar is het landschap groener, bergachtiger en vaak koeler dan het beeld van het droge, zonovergoten Spanje dat veel wijnliefhebbers kennen. Die omstandigheden geven de druif haar levendigheid.
U vindt Mencía vooral in Bierzo en Ribeira Sacra, twee gebieden in en rond Galicië en León. Ook in Valdeorras en Monterrei speelt de druif een rol. Iedere streek geeft een eigen accent. Bierzo is vaak iets rijper en ronder, met donker fruit en een fluwelige structuur. Ribeira Sacra kan juist lichtvoetiger, bloemiger en mineraliger zijn, mede door de spectaculaire wijngaarden op steile rivierhellingen.
Dat betekent niet dat alle flessen uit één regio hetzelfde smaken. Hoogte, bodem, leeftijd van de stokken en keuzes in de kelder tellen allemaal mee. Familiebodega's werken bovendien vaak met kleine percelen die elk hun eigen karakter hebben. In Mencía proeft u daarom niet alleen een druif, maar ook een landschap.
Hoe smaakt Mencía wijn voor beginners?
De meeste Mencía-wijnen zijn rood, droog en geurig. Reken op kers, framboos, braam en bosbes, vaak aangevuld met viooltjes, zwarte peper, laurier of een subtiele aardse nuance. De zuurgraad is meestal verkwikkend en de tannines - het stroeve gevoel op uw tong - zijn doorgaans vriendelijker dan bij een stevige Cabernet Sauvignon of jonge Tannat.
Wie van Pinot Noir, Gamay of een elegante Syrah houdt, vindt in Mencía vaak snel iets vertrouwds. Toch is vergelijken maar beperkt nuttig. Mencía heeft een eigen Spaanse signatuur: rijp fruit zonder log te worden, kruidigheid zonder harde rand, en geregeld een stenige frisheid die de wijn lengte geeft.
De stijl hangt sterk af van de producent. Een jonge Mencía op roestvrij staal is doorgaans sappig, direct en makkelijk inzetbaar bij een doordeweekse maaltijd. Rijpt de wijn op hout, dan kan hij tonen krijgen van cacao, ceder, tabak of zoete specerijen. Dat kan mooi zijn, mits het hout het fruit en de herkomst ondersteunt in plaats van overneemt.
Ook het alcoholpercentage verdient aandacht. Mencía is vaak moderater dan krachtige rode wijnen uit heel warme gebieden, maar rijpe jaargangen kunnen alsnog een voller profiel geven. Kijk daarom niet alleen naar de druif op het etiket, maar ook naar regio, jaargang en beschrijving van de bodega.
Fris, sappig of juist diep?
Voor een eerste fles is een frisse, jonge Mencía meestal de beste keuze. Die laat de druif duidelijk spreken en vraagt weinig voorbereiding. Hij is heerlijk licht gekoeld, heeft geen uren in een karaf nodig en past bij veel gerechten.
Bent u al gewend aan complexere rode wijn, kies dan eens een Mencía van oude stokken. Oude wijngaarden leveren vaak minder druiven, maar met meer concentratie. Vooral in Bierzo kunnen zulke wijnen een diepe kern van zwart fruit, kruiden en minerale tonen hebben, terwijl ze hun energie behouden. Ze zijn niet per se zwaar, maar wel serieus genoeg voor een lang diner.
Ribeira Sacra is een mooie keuze voor wie elegantie zoekt. Door de graniet-, leisteen- en schistbodems krijgen veel wijnen daar een verfijnde, soms zilte of rokerige indruk. Geen smaakles in geologie, wel een goede reden om rustig te ruiken en na elke slok even te wachten.
Zo serveert u Mencía op zijn best
Te warme rode wijn verliest zijn spanning. Dat geldt zeker voor Mencía. Serveer een jonge fles rond 14 tot 16 graden, dus iets koeler dan een gemiddelde woonkamer. Zet de fles gerust twintig minuten in de koelkast voordat u hem opent. De fruitigheid blijft dan helder en de wijn voelt minder zwaar aan.
Een meer geconcentreerde Mencía van oude stokken mag iets warmer, ongeveer 16 tot 17 graden. Geef deze wijn na het openen wat lucht in een ruim glas of een karaf. Twintig tot dertig minuten is vaak voldoende. Te lang karafferen kan de meest geurige, florale kant juist laten vervliegen.
Gebruik een glas met voldoende ruimte voor aroma's, maar maak het niet ceremonieel. Mencía beloont aandacht, geen regels. Ruik eerst naar het fruit, neem een kleine slok en let vooral op hoe fris of rond de wijn aanvoelt. Dat is een betrouwbaarder vertrekpunt dan proberen alle mogelijke smaakwoorden te vangen.
Mencía aan tafel: verrassend breed inzetbaar
De combinatie van frisheid en zachte tannines maakt Mencía een dankbare eetwijn. Hij kan goed mee met vlees, maar is minder dominant dan veel bekende Spaanse rode wijnen. Daardoor blijft er ruimte voor kruiden, groente en textuur op het bord.
Bij een jonge, sappige Mencía passen gegrilde kip met pimentón, albóndigas in tomatensaus of een tortilla met gebakken paddenstoelen. Ook bij charcuterie, vooral gedroogde ham en chorizo die niet te pikant is, werkt hij prettig. De frisheid snijdt door het vet, terwijl het fruit de hartige smaken oppakt.
Een diepere stijl van oude stokken vraagt om meer gelaagdheid. Denk aan lamsrack met rozemarijn, eend met kersen, paddenstoelenrisotto of linzen met geroosterde groenten. Bij gerechten met veel chili, scherpe azijn of uitgesproken zoetheid wordt de balans lastiger. Kies dan liever een lichtere, koel geschonken Mencía of een andere wijnstijl.
Wie vegetarisch eet, hoeft Mencía zeker niet over te slaan. Geroosterde biet met geitenkaas, aubergine van de grill en gerechten met paddenstoelen sluiten prachtig aan bij de aardse en bloemige nuances van de druif. Vermijd alleen een te zware bereiding met veel room of zoete glaze wanneer u een heel lichte Mencía schenkt.
Waar let u op bij het kopen?
Een etiket met de naam Mencía is een goed begin, maar vertelt nog niet het hele verhaal. Bierzo op het etiket wijst vaak op een iets vollere, rijpere stijl; Ribeira Sacra vaker op finesse en spanning. Dat zijn richtingaanwijzers, geen harde wetten.
Let vervolgens op termen als joven, roble of crianza, al zijn die niet altijd bepalend. Joven duidt vaak op een jonge, fruitige wijn zonder uitgesproken houtrijping. Roble betekent doorgaans dat hout een bescheiden rol speelt. Bij kleine producenten is het vaak waardevoller om te weten van welke wijngaard de druiven komen en hoe de wijnmaker met hout en extractie omgaat.
Voor een eerste kennismaking is een fles in het middensegment meestal verstandiger dan de goedkoopste optie. Mencía wordt geregeld verbouwd op lastige, steile percelen waar handwerk onmisbaar is. Een zorgvuldig gemaakte wijn laat die moeite terugkomen in balans en zuiverheid. Bij Camino del Vino zoeken we juist naar zulke flessen: wijnen waarin de familie, de bodem en het moment van oogsten herkenbaar blijven.
Een druif om vaker naast elkaar te proeven
Mencía leert u het meest wanneer u niet zoekt naar dé perfecte fles, maar twee stijlen naast elkaar probeert. Schenk bijvoorbeeld een jonge Bierzo naast een verfijnde Ribeira Sacra. U merkt dan hoe dezelfde druif van sappig en donker naar bloemig en lichtvoetig kan bewegen.
Bewaar daarbij een klein beetje wijn voor bij het eten. Wat in het glas eerst vooral naar kers en viooltjes ruikt, kan naast gegrild vlees of paddenstoelen ineens kruidiger en dieper worden. Daar begint de aantrekkingskracht van Mencía: niet in een vast smaakprofiel, maar in een druif die steeds iets nieuws over Noordwest-Spanje vertelt.